
Wet handhaving consumentenbescherming
Artikel 2.8
1
Indien ambtenaren of andere personen bedoeld in artikel 2.4, van oordeel zijn dat een overtreding heeft plaatsgevonden, maken zij een rapport op.
2
Het rapport is gedagtekend en vermeldt:
a
de naam van de overtreder;
b
de overtreding alsmede de wettelijke bepaling waarmee in strijd is gehandeld;
c
feiten en omstandigheden op grond waarvan is vastgesteld dat een overtreding is gepleegd;
d
waar en wanneer de onder c bedoelde feiten en omstandigheden zich hebben voorgedaan.
3
Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
4
Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt en geen strafrechtelijke vervolging is ingesteld, treedt dit voor de toepassing van dit artikel in de plaats van het rapport.
5
De werkzaamheden in verband met het opleggen van de last onder dwangsom of bestuurlijke boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het rapport.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.